Interview met Susan Muskee

In april verscheen het debuut van Susan Muskee. ’Scones en Spotlights’ is het eerste deel uit het vierluik ‘Liefde, natuurlijk’. Ik heb dit boek met heel veel plezier gelezen en kijk reikhalzend uit naar de andere boeken uit de serie.

In april verscheen het debuut van Susan Muskee. ’Scones en Spotlights’ is het eerste deel uit het vierluik ‘Liefde, natuurlijk’. Ik heb dit boek met heel veel plezier gelezen en kijk reikhalzend uit naar de andere boeken uit de serie.

Terwijl Susan nog bezig was met het afronden van het tweede deel uit deze serie kwam de Kobo-Elegance schrijfwedstrijd voorbij. Deze wedstrijd heeft ze niet aan zich voorbij laten gaan. Dat is maar goed ook, aangezien ze met ’Eerst rennen, dan vliegen’ gewonnen heeft. De hoogste tijd dus om deze “nieuwe” schrijver een aantal vragen te stellen.

01. Heb je altijd al een boek willen schrijven? Was het een droom van je om auteur te worden?
Susan: “Ja en nee. Als kind was ik altijd al bezig met schrijven (in schriftjes, op de typemachine van mijn ouders omdat dat zo mooi rammelde tijdens het typen, etc.), maar echt “ik wil schrijver worden” durfde ik pas een jaar of zes, zeven geleden te zeggen. Zoals zovelen liep ik wel rond met het idee om een boek te schrijven, maar ik wist helemaal niet waarover en zelfs niet eens in welk genre. Op een dag kwam het personage van Cleo ineens tot leven in mijn hoofd, en toen werd héél langzaamaan het idee wat concreter. Maar de allereerste versie van ‘Scones & Spotlights’ telde nog geen 20.000 woorden en had amper een overzichtelijk plot, dus toen wist ik wel dat ik nog een lange weg te gaan had, hahaha.”

02. Hoe ben je op het idee gekomen voor ‘Scones en Spotlights’? Was het meteen de bedoeling dat het een vierluik zou worden of is dit gedurende het schrijfproces ontstaan?
Susan: “‘Scones & Spotlights’ begon met Cleo. Zij “was er ineens” in mijn hoofd, en toen ben ik eigenlijk een wereld om haar heen gaan bouwen. De eerste versie van het boek was wel echt totaal anders dan hoe hij uiteindelijk is geworden. Toen ik die versie besprak met Jennifer (van LOFT Books) en aangaf dat ik er nog niet helemaal tevreden mee was, zei zij: wat als je er een vierluik van zou maken, en dat in elk boek één vriendin centraal staat? Toen heb ik de verhaallijn omgegooid en is ‘Scones & Spotlights’ echt veel meer over Cleo gegaan, zodat er meer ruimte kwam om in de volgende drie delen telkens een andere vriendin centraal te zetten. Dus het is eigenlijk allemaal te danken aan mijn uitgever!”

03. De serie ‘Liefde, natuurlijk’ gaat over de vier vriendinnen Abigail, Cleo, Kim en Sophie. In welk personage herken jij jezelf het meest en op welk gebied is dat?
Susan: “O, dat is een moeilijke! Ik denk dat ik mezelf in allemaal wel een beetje herken. Maar als ik echt moet kiezen, ga ik voor Sophie. Sophies motto is “always dress like you’re going to meet your worst enemy”, en ik moet zeggen dat je mij eigenlijk ook niet zo snel buitenshuis zult zien in een joggingbroek en zonder make-up. En zij is echt iemand met het hart op de tong waarbij ze soms iets eruit flapt wat eigenlijk niet zo slim is om te zeggen, en daar herken ik mezelf (helaas, misschien wel) ook wel heel erg in!”

04. In ‘Scones en spotlights’ stond Cleo centraal. Over wie zal het tweede deel gaan? Kun je al iets vertellen over dit verhaal? Vanaf wanneer kunnen wij het boek gaan lezen?
Susan: “Jazeker! Deel 2 verschijnt eind september/begin oktober en gaat over Kim. Zonder al te veel te spoilen voor als je deel 1 niet hebt gelezen, kan ik in elk geval vertellen dat Kim in deel 1 een flinke tegenslag krijgt, die ze in deel 2 natuurlijk moet verwerken. Ze vertrekt naar Berlijn om een tijdje bij haar tante te wonen en hopelijk ein-de-lijk inspiratie te vinden voor haar afstudeerproject van haar fotografie-opleiding. In Berlijn leert ze een hoop nieuwe mensen kennen én komt er ineens een oude bekende voorbij die haar het hoofd op hol weet te brengen…”

05. Hoe ziet een gemiddelde werk-/schrijfdag er voor jou uit?
Susan: “Ik werk als freelance tekstschrijver, wat betekent dat schrijven aan mijn boeken eigenlijk altijd ‘op de tweede plaats’ komt. Vóór de coronacrisis betekende dat dat ik meestal schreef in de trein op weg naar een afspraak, of ’s avonds en in het weekend. Nu ik weer veel meer vanuit huis werk en die reistijd niet heb, schrijf ik vooral veel aan het eind van de dag. En nog steeds ’s avonds en in het weekend, natuurlijk. En als ik niet aan het schrijven ben, ben ik wel nieuwe plotideeën aan het bedenken of uitwerken in mijn hoofd, haha!”

06. Zijn er auteurs die jou inspireren tijdens het schrijven?
Susan: “Zeker! Ik ben echt megafan van Jill Mansell. De manier waarop zij verhaallijnen met elkaar verweeft en situaties vol humor weet te beschrijven vind ik echt geweldig. Maar ook Jackie van Laren schrijft heerlijk, zo beeldend en in detail. Ik heb al haar boeken gelezen en kijk nu al ontzettend uit naar haar Onder de bomen-serie. Stiekem heb ik van haar een beetje “afgekeken” hoe je een goede kusscène schrijft, want dat kan zij echt als geen ander.”

07. Met ‘Eerst rennen, dan vliegen’ heb je de Kobo-Elegance schrijfwedstrijd 2020 gewonnen. In welk tijdsbestek heb je dit verhaal geschreven?
Susan: “Ik stuitte begin mei op de schrijfwedstrijd via een Facebookpost van Kobo, maar toen zat ik nog midden in het schrijven van deel 2 van ‘Liefde, natuurlijk’. Toen nam ik mezelf voor: ik mag alleen meedoen aan die schrijfwedstrijd als ik deel 2 af heb. Maar in mijn achterhoofd ging ik natuurlijk toch al plotten. Half mei was de eerste versie van deel 2 af, en toen ik dat even een weekje wilde laten liggen rolde ik zo door in ‘Eerst rennen, dan vliegen’. Alles bij elkaar stuurde ik ongeveer anderhalve week nadat de eerste letters op papier stonden mijn inzending op. Eigenlijk best wel snel!”

08. Wat voor soort boeken lees je zelf graag? Heb je bepaalde favoriete auteurs?
Susan: “Absoluut dus Jill Mansell en Jackie van Laren, maar ook (of misschien moet ik zeggen: natúúrlijk) Lisette Jonkman. Wat mij betreft is zij echt de Nederlandse queen of chicklit. Haar personages zijn altijd zó levensecht dat ik ze elk moment verwacht tegen te komen op straat. En daarbij zit ik geregeld hardop te lachen óf te huilen bij haar boeken, wat natuurlijk precies is wat je verwacht van een fijne feelgoodroman. Het liefst lees ik dus feelgood of YA, met af en toe een goede thriller tussendoor. Ik vind dat Nederlandse YA echt ontzettend “in de lift zit”, vooral de laatste jaren. Ik ben nu bezig in ‘De geur van groen’ van Pamela Sharon en heb net ‘Bijna echt’ van Lisa van Campenhout uit. En ik kijk echt reikhalzend uit naar ‘De Academie’ van Astrid Boonstoppel. En dan staan er nog wel vijftig boeken op mijn TBR, het houdt niet op!”

09. Heb je nog (schrijf)tips voor beginnende auteurs?
Susan: “Het is misschien één van de grootste clichés van het schrijven, maar het is echt zo: meters maken. In zowel schrijven als lezen! Door veel te lezen leer je hoe andere schrijvers situaties, plekken en personages beschrijven en groeit je woordenschat. En door veel te schrijven leer je je eigen schrijfstijl kennen. Zoals ik zelf ooit als tip van Lisette Jonkman heb gehad in een schrijfworkshop van haar: begin gewoon. Het is doodeng, maar die pagina’s worden alleen maar gevuld als jij er woorden op zet. Je hoeft niet meteen een bestseller te schrijven, je hoeft het zelfs niet eens aan iemand anders te laten lezen. Maar begin gewoon!”

Bedankt voor het beantwoorden van mijn vragen!